ECLI:NL:CRVB:2005:AU6837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens niet aanvragen WW-uitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant ontving een bijstandsuitkering en kreeg een maatregel opgelegd wegens het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie. Later werd een maatregel van 10% gedurende twee maanden opgelegd omdat appellant geen WW-uitkering had aangevraagd na het einde van zijn arbeidsovereenkomst.
De Raad stelt vast dat appellant doorverwezen was naar het CWI om een WW-uitkering aan te vragen, maar dit niet heeft gedaan zonder dat aannemelijk is gemaakt dat dit redelijkerwijs niet van hem kon worden verlangd. Hierdoor is sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, wat de grond vormt voor de maatregel.
Appellant voerde aan dat hij wegens arbeidsongeschiktheid geen recht had op WW, maar kon dit niet met concrete gegevens onderbouwen. De Raad acht de maatregel proportioneel en wijst het beroep af. Er is geen sprake van dubbele bestraffing en ook geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De maatregel van 10% korting op de bijstand gedurende twee maanden wordt bevestigd wegens het niet aanvragen van een WW-uitkering.