ECLI:NL:CRVB:2005:AU6881

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2583 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. De rechtbank oordeelde dat appellant niet in verzuimvrijstelling kon worden gesteld omdat hij geen geldige reden had opgegeven.

In het hoger beroep stelde appellant dat hij het griffierecht niet kon betalen vanwege zijn financiële situatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd en dat appellant bovendien niet had gereageerd op eerdere brieven van de rechtbank en niet was verschenen bij de zitting.

De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en zag geen aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht hiervan af te wijken. De uitspraak werd in het openbaar gewezen op 16 november 2005.

Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betaald griffierecht zonder geldige reden.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2583 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op
25 april 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg. nr. AWB 04/3228 (hierna: de aangevallen uitspraak), waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 oktober 2005, waar partijen -gedaagde met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant het griffierecht niet heeft betaald, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan appellant redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.
In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij het griffierecht niet heeft kunnen betalen in verband met zijn financiële situatie.
De Raad is van oordeel dat hetgeen is aangevoerd niet tot de conclusie kan leiden dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellant niet in verzuim is geweest, reeds nu appellant zijn stelling niet heeft onderbouwd. Daarbij merkt de Raad op voor dit oordeel te meer aanleiding te zien, nu appellant in het geheel niet heeft gereageerd op de brieven van de rechtbank d.dis 13 januari 2005, verzonden op 24 januari 2005 en 18 februari 2005, niet ter zitting van de rechtbank d.d. 22 april 2005 is verschenen en eerst in hoger beroep een beroep doet op zijn financiële onmacht.
Gelet hierop komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) M.D.F. de Moor.