ECLI:NL:CRVB:2005:AU6883
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig betalen griffierecht
Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland hebben op 6 oktober 2005 een verzoek ingediend om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet. Dit verzoek betrof een voorlopige voorziening in het kader van een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 augustus 2005.
De voorzieningenrechter wees verzoekers bij brief van 19 oktober 2005 op de verplichting tot betaling van griffierecht van €414,00 binnen twee weken. Deze betaling werd niet voldaan. Bij aangetekende brief van 3 november 2005 werd verzoekers nogmaals gewezen op de verschuldigdheid en een nieuwe termijn van één week gesteld, met de waarschuwing dat niet-betaling zou leiden tot niet-ontvankelijkverklaring.
Omdat het griffierecht ook binnen deze tweede termijn niet werd betaald, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Een veroordeling in proceskosten werd niet opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van griffierecht.