ECLI:NL:CRVB:2005:AU6939

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-3878 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening uitspraak sociale zekerheidsrecht

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 1 juni 2005, waarin een eerder verzoek om herziening was afgewezen. De Raad heeft het verzoek om herziening van 1 juni 2005 afgewezen omdat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In het thans voorliggende verzoek om herziening stelt verzoeker opnieuw gronden aan de orde, maar de Raad overweegt dat een verzoek om herziening van een uitspraak die zelf al een herzieningsverzoek afwijst, niet past binnen het systeem van de Awb. Dit standpunt is consistent met eerdere jurisprudentie van de Raad, waaronder een uitspraak van 21 februari 2002.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het huidige verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Het geding is schriftelijk afgedaan met toestemming van partijen, zonder zitting. De uitspraak is gedaan door een kamer van drie rechters onder voorzitterschap van J. Janssen op 25 november 2005.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 1 juni 2005 wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

05/3878 ZW
U I T S P R A A K
Met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 juni 2005, nr. 03/3202 ZW.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verzoeker heeft bij schrijven van 10 juni 2005 om herziening verzocht van bovenvermelde uitspraak, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
Bij brief van 15 juli 2005 heeft verzoeker de gronden van het verzoek om herziening aangevuld. Bij brief van 6 september 2005 heeft hij nog enkele stukken ingezonden.
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), in voornoemde uitspraak aangeduid als gedaagde, heeft op 22 september 2005 een reactie gegeven op het verzoek om herziening.
Verzoeker en het Uwv hebben desgevraagd schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Bij schrijven van 4 juni 2003 heeft verzoeker de Raad verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 december 2002, nr. 01/357 ZW. Bij uitspraak van 1 juni 2005 heeft de Raad dit verzoek afgewezen. De Raad heeft daartoe overwogen dat Raad niet kan inzien dat uit het door en namens verzoeker gestelde, enig feit of enige omstandigheid valt af te leiden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
Naar aanleiding van het thans voorliggende verzoek om herziening van de uitspraak van 1 juni 2005 overweegt de Raad het volgende.
Zoals de Raad al eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 21 februari 2002, gepubliceerd in JB 2002/79, past een verzoek om herziening van een uitspraak ingevolge artikel 8:88 van Pro de Awb op een verzoek om herziening niet in het systeem van de Awb en moet om die reden een zodanig verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Verzoekers verzoek om herziening van ’s Raads uitspraak van 1 juni 2005, welke uitspraak een afwijzing inhoudt van het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 december 2002, moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
II. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en mr. J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.