ECLI:NL:CRVB:2005:AU6980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering medewerker bezwaar en beroep gemeente Zwijndrecht
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht stelde bij besluit de functiewaardering vast van de medewerker bezwaar en beroep, ingedeeld in hoofdgroep IV met 12 punten voor secundaire factoren, overeenkomend met salarisniveau 9. Na bezwaar werd de motivering van de factor functionele vorming aangepast, maar de waardering verder gehandhaafd.
De rechtbank Dordrecht vernietigde dit besluit wegens het ontbreken van een wettelijke basis. De Centrale Raad van Beroep herstelt dit oordeel en stelt dat het functiewaarderingsreglement 2000, gebaseerd op het gemeentelijk systeem van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, wel degelijk een wettelijke grondslag biedt.
De Raad beoordeelt inhoudelijk de toegepaste waardering en constateert dat de rechterlijke toetsing terughoudend moet zijn. De door appellant toegekende scores, waaronder 3 punten voor functionele vorming en 2 punten voor keuzemogelijkheden, zijn niet onhoudbaar. De Raad vindt dat de medewerker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waardering onjuist is.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de medewerker ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het besluit van de gemeente blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van de medewerker wordt ongegrond verklaard en het functiewaarderingsbesluit blijft gehandhaafd.