ECLI:NL:CRVB:2005:AU7010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
In deze zaak gaat het om de intrekking van de bijstandsuitkering van appellant over de periode van 27 januari 1997 tot en met 31 oktober 1999 door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Na een onderzoek van de sociale recherche werd de betaling van bijstand over november 1999 geblokkeerd en vervolgens het recht op bijstand ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellant stelde primair dat een brief van 29 december 1999 als bezwaarschrift moest worden aangemerkt, en subsidiair dat de termijnoverschrijding van het bezwaar van 6 april 2000 verschoonbaar was. De Raad oordeelde dat de brief van 29 december 1999 niet als bezwaarschrift kon worden gezien, omdat het een verzoek om informatie betrof zonder expliciete bezwaaruiting. Daarnaast werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks het feit dat gedaagde niet alert had gereageerd op het verzoek om nadere gegevens.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank Utrecht dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 november 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.