ECLI:NL:CRVB:2005:AU7073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag wegens vervallen detacheringsmogelijkheid van leraar aan Belgische school
Appellant was sinds 1 augustus 1990 als leraar gedetacheerd aan een Belgische school op basis van een benoeming door de Staatssecretaris van Onderwijs. Volgens het Statuut van het gedetacheerd personeel van de Europese Scholen kon de detachering maximaal negen jaar duren, met een mogelijke verlenging van één jaar onder strikte voorwaarden. In december 1998 werd appellant meegedeeld dat zijn detachering per 1 augustus 1999 zou eindigen, waarop hij bezwaar maakte tegen het ontslagbesluit van mei 1999.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de mededeling van december 1998 niet-ontvankelijk, omdat deze brief geen besluit in de zin van de Awb was. Wel oordeelde de rechtbank dat het ontslagbesluit onzorgvuldig was, omdat de Staat onvoldoende had onderzocht of herplaatsing mogelijk was. Dit leidde tot vernietiging van het besluit voor zover het het ontslag betrof, maar de rechtsgevolgen bleven in stand wegens tijdsverloop en het feit dat appellant inmiddels ander werk had gevonden.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de brief van december 1998 een informatieve mededeling was en geen besluit, waardoor het bezwaar niet ontvankelijk was. Ten aanzien van het ontslagbesluit oordeelde de Raad dat de Staat voldoende inspanningen had verricht om appellant te herplaatsen, onder meer via bemiddeling door de Stichting NOB en het bieden van informatie over vacatures. Ook was de financiële positie van appellant adequaat gewaarborgd door uitkeringen en een vertrektoelage. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.