ECLI:NL:CRVB:2005:AU7143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering bij onduidelijke verzenddatum
Gedaagde, sinds januari 1999 arbeidsongeschikt, verzocht in februari 2001 om een aanvulling op haar arbeidsongeschiktheidsuitkering en een schadevergoeding wegens het niet naleven van de zorgplicht door de Gemengde Commissie. Dit verzoek werd bij besluit van 18 juni 2001 afgewezen. Gedaagde maakte op 4 september 2001 bezwaar tegen dit besluit, maar de Gemengde Commissie verklaarde dit bezwaar bij besluit van 5 juli 2002 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring omdat niet onomstotelijk vaststond wanneer het besluit van 18 juni 2001 daadwerkelijk was verzonden. De Raad bevestigt deze uitspraak en overweegt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit op 18 juni 2001 is verzonden. De Raad wijst op mogelijke vertragingen in de interne postverzending en het ontbreken van een verzendregister.
Verder acht de Raad de stelling van gedaagde geloofwaardig dat zij het besluit pas op 4 september 2001 ontving en op die dag bezwaar maakte. Hierdoor is het bezwaar tijdig ingediend. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 18 juni 2001 is tijdig en ontvankelijk, en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.