ECLI:NL:CRVB:2005:AU7756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding ondanks huwelijkspartner
Appellante ontving een AOW-pensioen naar de norm voor een ongehuwde. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwoonde met haar partner, die nog gehuwd was maar duurzaam gescheiden leefde, stelde de Sociale verzekeringsbank een onderzoek in. Dit leidde tot herziening van het pensioen naar de gehuwdennorm met partnertoeslag en terugvordering van onverschuldigde betalingen.
Appellante voerde aan dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, omdat de partner nog gehuwd was en een eigen woning aanhield. De Raad stelde vast dat de partner zijn hoofdverblijf had bij appellante, dat er sprake was van wederzijdse zorg en gezamenlijke huishouding, en dat de echtelijke samenleving duurzaam was verbroken.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden en dat de herziening van het AOW-pensioen terecht was. Het beroep tegen het besluit om de partnertoeslag te laten vervallen werd als niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen bevestigd.