ECLI:NL:CRVB:2005:AU7793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens verblijf in buitenland
Appellant ontving van augustus 1996 tot november 2001 een WW-uitkering. Na een controlebezoek in december 2001 bleek dat appellant niet op het opgegeven Nederlandse adres verbleef, maar in Frankrijk woonde. Gedaagde stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellant vanaf 1 november 1999 in het buitenland verbleef anders dan wegens vakantie.
Hierop werd de WW-uitkering herzien en teruggevorderd voor de periode vanaf die datum. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de mededelingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de terugvordering en boete terecht waren opgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellant grotendeels zijn eerdere stellingen, maar de Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij na 1 november 1999 in Nederland verbleef. Er waren geen concrete aanwijzingen voor een langdurig verblijf in Nederland, terwijl diverse verklaringen wezen op een langdurig verblijf in Frankrijk.
De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank, inclusief de herziening, terugvordering en boete. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan op 30 november 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en boete wegens verblijf in het buitenland anders dan wegens vakantie.