ECLI:NL:CRVB:2005:AU7817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van berekeningswijze toelage niet-medicus na invoering Honoreringsregeling medisch specialisten
Appellant, werkzaam als biochemicus en hoofd van een laboratorium binnen het UMC Utrecht, ontving naast zijn ambtelijk salaris een toelage uit praktijkinkomsten van medisch specialisten. Na de invoering van de Honoreringsregeling medisch specialisten in 1999 werd deze vrije praktijkvoering beëindigd en werden praktijkinkomsten omgezet in een ambtelijk inkomen. Appellant stelde dat de berekeningswijze van zijn compensatietoelage onjuist was, met name het middelen van praktijkinkomsten over 1996-1998 en de aftrek van 16,75% werkgeverslasten.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde een ruime beleidsvrijheid had en dat de gekozen berekeningswijze niet kennelijk onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en benadrukte dat appellant niet verplicht was op dezelfde wijze behandeld te worden als medisch specialisten. De Raad stelde vast dat de regeling voor appellant in bepaalde opzichten gunstiger kon uitpakken dan voor medisch specialisten, bijvoorbeeld doordat hij geen nominale bevriezing kende en zijn toelage geïndexeerd werd.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.