ECLI:NL:CRVB:2005:AU7854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar behoudt rechtsgevolg na beëindiging dienstverband
Appellant was sinds 1 juli 1999 in tijdelijke dienst als ambtenaar met een proeftijd van 24 maanden. Na een beoordeling over de periode van 1 september 2000 tot 1 mei 2001 verklaarde de Minister van Buitenlandse Zaken het bezwaar van appellant tegen deze beoordeling ongegrond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het dienstverband per 1 juli 2001 was beëindigd en appellant geen vast dienstverband had gekregen, waardoor het procesbelang zou ontbreken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde dat de formele beoordeling van het functioneren een zelfstandig rechtsgevolg is dat niet verloren gaat door de beëindiging van het dienstverband. De ambtenaar heeft een afdwingbare aanspraak op het tot stand komen van deze beoordeling. Hierdoor blijft het procesbelang bestaan en is het beroep ontvankelijk.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens bepaalde de Raad dat de Staat het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden. De Raad liet de vraag of appellant zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft gewend buiten beschouwing.
Uitkomst: Het beroep van appellant is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.