ECLI:NL:CRVB:2005:AU8159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting en terugvordering WAO-uitkering met terugwerkende kracht
Gedaagde ontving een WAO-uitkering en meldde uitbreiding van zijn werkzaamheden en loon. Appellant paste een korting toe met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2000 en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en procedurele fouten, met name het ontbreken van een hoorzitting.
De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat gedaagde redelijkerwijs rekening moest houden met de gevolgen van zijn hogere inkomsten voor de uitkering. De Raad oordeelde dat de terugwerkende kracht van de korting gerechtvaardigd was, ondanks het feit dat appellant te laat had gereageerd op de opgave van gedaagde.
De Raad vernietigde het besluit III als niet-ontvankelijk en bevestigde dat de motivering van besluit II onvoldoende was, maar handhaafde de rechtsgevolgen van besluiten I en II. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: De korting op de WAO-uitkering met terugwerkende kracht en de terugvordering zijn rechtsgeldig en blijven in stand.