ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens inkomsten als zelfstandige ondanks wisselende inkomsten en vertraging UWV
Appellante ontving een WAO-uitkering die werd verlaagd door het UWV vanwege inkomsten uit haar werkzaamheden als tolk/vertaler over de periode 1 januari 2003 tot 1 januari 2004. Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe en verlaagde haar arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% naar 55-65%. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij mocht vertrouwen op een bestendig beleid waarbij niet met terugwerkende kracht zou worden gekort, mede omdat zij al sinds 1992 inkomsten had zonder dat daarop werd gekort.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Raad overwoog dat het UWV niet voortvarend had gehandeld door pas in 2006 te reageren op de inkomstenopgave over 2003, maar dat dit geen reden was om toepassing van artikel 44 WAO Pro te weigeren. Gezien de hoogte van de inkomsten was het voor appellante redelijkerwijs duidelijk dat deze van invloed konden zijn op haar uitkering.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat de inkomsten geen invloed zouden hebben. Ook het feit dat het UWV eerder niet had gekort op inkomsten, leidde niet tot een rechtens te honoreren vertrouwen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WAO-uitkering wegens inkomsten als zelfstandige over 2003.