ECLI:NL:CRVB:2005:AU8161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens incontinentie en arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het besluit tot herziening van de WAO-uitkering van gedaagde vernietigde. Gedaagde, sinds 1983 werkzaam in de sigarenindustrie, kreeg vanaf 1997 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, welke in 2003 werd herzien naar 25 tot 35%.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de beperkingen van gedaagde, met name haar noodzaak tot frequente verschoning en de psychische druk die zij ervaart, en dat begeleiding bij werkhervatting ontbrak. Het UWV bestreed dit oordeel en stelde dat de geduide functies geschikt zijn en dat voorzieningen zoals invalidentoiletten redelijkerwijs kunnen worden getroffen.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de functies voldoen aan de medische beperkingen en dat de voorzieningen die nodig zijn niet zodanig ingrijpend zijn dat ze niet van een werkgever kunnen worden verlangd. Ook acht de Raad de psychische belastbaarheid niet overschreden. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het besluit van 26 februari 2003 betreft en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.