ECLI:NL:CRVB:2005:AU8224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn WAO-uitkering werd verlaagd. Het bezwaar was ingediend met een kopie op 4 maart 2002, terwijl de bezwaartermijn was verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde ambtshalve de tijdigheid van het bezwaarschrift en concludeerde dat appellant niet had aangetoond dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend.
Er was geen bewijs dat het bezwaarschrift op 21 januari 2002 was ontvangen, ondanks een bevestiging van ontvangst op 4 maart 2002. De stelling van appellant dat hij het bezwaarschrift persoonlijk had ingediend, werd niet bewezen. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant wegens het niet kunnen aantonen van tijdige indiening en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar het bezwaar bleef niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.