ECLI:NL:CRVB:2005:AU8232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens niet-beroepsmatige rechtsbijstand
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die appellant veroordeelde tot betaling van proceskosten voor rechtsbijstand verleend door C.J.M. Heering. De kernvraag was of de door Heering verleende rechtsbijstand als beroepsmatig kon worden aangemerkt onder het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank had geoordeeld dat Heering gedaagde ter zitting had bijgestaan met rechtskundige bijstand, maar dat deze bijstand niet beroepsmatig was omdat Heering geen beroep maakte van het verlenen van rechtsbijstand en een nauwe relatie met gedaagde had. De Raad bevestigt deze kwalificatie en stelt dat de proceskostenveroordeling onterecht is opgelegd.
De Centrale Raad vernietigt daarom het bestreden deel van de uitspraak en wijst de proceskostenveroordeling af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door mr. M.C. Bruning op 14 december 2005.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling van € 322,- is vernietigd omdat de verleende rechtsbijstand niet beroepsmatig was.