ECLI:NL:CRVB:2005:AU8235
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te laat betalen griffierecht ongegrond verklaard
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld.
De Raad heeft het verzet behandeld zonder dat partijen verschenen. Uit het dossier blijkt dat opposante bij brieven van 26 januari en 16 februari 2005 door de griffier is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €102 en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. De betaling vond echter pas plaats op 29 maart 2005, na het verstrijken van de gestelde termijn.
De Raad oordeelt dat op grond van artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard bij te late betaling, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante in verzuim is geweest. Omdat opposante geen omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen en de Raad geen redenen ziet om hiervan af te wijken, wordt het verzet ongegrond verklaard en blijft de eerdere uitspraak in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.