ECLI:NL:CRVB:2005:AU8276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteit
Appellant, een voormalig klinisch psycholoog, ontving vanaf oktober 2001 een WW-uitkering. Gedaagde legde hem een korting van 20% op de uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van augustus tot september 2002. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellant niet voldeed aan de minimumeis van het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW, namelijk minimaal één concrete sollicitatie per week.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat hij voldeed aan zijn sollicitatieplicht, mede vanwege het uitblijven van maatregelen en brieven van gedaagde. De Raad oordeelde dat appellant voldoende was gewezen op zijn verplichtingen via folders, werkbriefjes en brieven waarin expliciet werd aangegeven dat minimaal één concrete sollicitatie per week vereist is.
De Raad stelde vast dat appellant in de relevante periode geen enkele concrete sollicitatie had verricht en dat hij niet kon vertrouwen op het uitblijven van maatregelen. Daarmee was de korting op de WW-uitkering terecht opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.