ECLI:NL:CRVB:2005:AU8521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering na herhaalde aanvraag wegens voorzienbaar ontslag
Appellant werd op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk te laat komen op het werk. De kantonrechter verklaarde het ontslag onrechtmatig, maar de arbeidsovereenkomst werd ontbonden zonder vergoeding. Appellant vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd. Na een herhaalde aanvraag handhaafde het UWV deze weigering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hoewel er nieuwe feiten waren, deze niet tot een ander besluit konden leiden omdat het gedrag van appellant voorzienbaar tot het ontslag had geleid. Het bestuursorgaan had het recht om het eerdere besluit te heroverwegen, maar mocht niet toetsen alsof het een oorspronkelijk besluit betrof.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het besluit van het UWV. Er was geen sprake van toezeggingen die het recht op WW-uitkering zouden beïnvloeden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering aan appellant.