ECLI:NL:CRVB:2005:AU8522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen en belastbaarheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn WAO-uitkering per 6 juni 2002 te herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65% naar 15-25%. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen meerdere rapportages hadden opgesteld waarin de medische situatie en beperkingen van appellant op de datum van herziening waren onderzocht. Deze rapportages waren gebaseerd op uitgebreide informatie van diverse behandelende artsen, waaronder een internist, uroloog en neuroloog. De Raad vond geen aanwijzingen dat de verzekeringsartsen de medische gegevens verkeerd hadden geïnterpreteerd of onvoldoende hadden onderbouwd.
Appellant stelde dat er ten onrechte geen nieuw belastbaarheidspatroon was opgesteld, maar de Raad oordeelde dat bij afwezigheid van wijziging in de medische situatie geen verplichting bestond om een nieuw, gelijkluidend belastbaarheidspatroon op te stellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.