ECLI:NL:CRVB:2005:AU8562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en kreeg na afloop van haar tijdelijke contract een aanbod voor een vast contract van 24 uur per week. Zij wilde echter onderhandelen over het salaris en het concurrentiebeding, waarna de werkgever het aanbod introk. Het UWV weigerde daarop haar WW-uitkering voor 24 uur per week, stellende dat zij passende arbeid had nagelaten te aanvaarden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat zij het aanbod had moeten accepteren. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet kon voorzien dat de werkgever het aanbod direct zou intrekken na haar verzoek tot nadere onderhandelingen. Haar verlangens waren niet onredelijk, en het was begrijpelijk dat zij overleg wilde over salaris en concurrentiebeding.
Daarom was het onterecht om de WW-uitkering geheel te weigeren. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.