ECLI:NL:CRVB:2005:AU8573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na privé-relatie met pupil
Appellant was werkzaam als groepsleider bij een rijksinrichting en werd eervol ontslagen wegens ongeschiktheid nadat hij een privé-relatie had met een pupil, wat in strijd was met gedragsregels en protocollen. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat hij had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden. De Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep en voegde toe dat van een werknemer in zijn positie een professionele scheiding tussen werk en privé mag worden verlangd.
De Raad verwierp ook het beroep op schending van het EVRM en algemene rechtsbeginselen, en oordeelde dat de maatregel geen strafsanctie is. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering bevestigd.