ECLI:NL:CRVB:2005:AU8639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheid tot werken gedurende 52 weken voor Ziektewetuitkering
Appellant stelde in hoger beroep dat hij na 28 augustus 2001 recht had op een Ziektewetuitkering omdat hij zich per 1 juli 2001 opnieuw had ziekgemeld en dat de hersteldmelding van 5 februari 2001 door het UWV uit de administratie was verwijderd. Hij voerde aan dat hij tussen 5 februari en 1 juli 2001 wel arbeidsongeschikt was, maar niet in dienst was en dat zijn ex-werkgever Desso B.V. hem salaris uitbetaalde in plaats van ziekengeld.
De Raad overwoog dat de hersteldmelding niet uit de administratie was verdwenen en dat er een verzekeringsartsrapport aanwezig was waarin werd bevestigd dat appellant op 5 februari 2001 niet geschikt was om zijn arbeid te verrichten. De uitbetaling van salaris door Desso in plaats van ziekengeld veranderde hier niets aan.
Verder ontving appellant vanaf 1 juli 2001 tot en met 28 augustus 2001 ziekengeld van het UWV, waarmee hij de wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid voldeed. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat appellant gedurende 52 weken ongeschikt tot werken is gebleven en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; appellant was gedurende 52 weken ongeschikt tot werken vanaf 29 augustus 2000.