ECLI:NL:CRVB:2005:AU8830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten rechtsbijstand in hoger beroep tegen UWV-besluit
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), waarbij de appellant het hoger beroep heeft ingetrokken nadat het UWV aan zijn verzoek tegemoet is gekomen. De appellant vordert vergoeding van proceskosten, waaronder rechtsbijstand, reis- en verblijfkosten en tolkvergoeding.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten op basis van schriftelijke stukken en toestemming van partijen. De Raad oordeelt dat het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellant.
De proceskosten worden begroot op € 644,- voor rechtsbijstand in beroep en € 644,- in hoger beroep. Daarnaast worden reiskosten, verblijfkosten en vervoerskosten in Nederland vergoed. De tolkvergoeding wordt begroot op € 385,84, conform het forfaitaire uurbedrag uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad wijst de vordering toe tot een totaalbedrag van € 2.318,84. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.318,84 aan proceskosten aan appellant.