ECLI:NL:CRVB:2005:AU8833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijkheid endoscopische cervicale hernia-operatie en discusprothese in Zfw-vergoeding
Appellante, verzekerd onder de Ziekenfondswet (Zfw), onderging een endoscopische operatie van een cervicale hernia en kreeg een discusprothese geplaatst in Duitsland. De Stichting Centrale Zorgverzekeraars Groep weigerde vergoeding omdat deze behandelingen niet als gebruikelijk binnen de beroepsgroep worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwees naar relevante wetsartikelen en het arrest Geraerts-Smits en Peerbooms van het Hof van Justitie. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit standpunt. De Raad oordeelt dat noch de endoscopische cervicale hernia-operatie, noch het plaatsen van een discusprothese voldoende is beproefd en erkend binnen de internationale medische wetenschap ten tijde van de behandeling.
De Raad wijst ook het beroep af dat appellante deed op artikel 22 van Pro Verordening (EEG) nr. 1408/71, omdat toestemming kan worden geweigerd indien geen sprake is van een verstrekking volgens de Zfw. De medische noodzaak en indicatie voor behandeling in het buitenland worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat de behandelingen niet als gebruikelijk worden aangemerkt.
Het bestreden besluit wordt bevestigd en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vergoeding voor de endoscopische cervicale hernia-operatie en het plaatsen van een discusprothese wordt geweigerd omdat deze behandelingen niet gebruikelijk zijn binnen de Zfw.