ECLI:NL:CRVB:2005:AU8924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld na liesbreukoperatie en klachtenperiode
Appellant heeft na een liesbreukoperatie op 19 februari 1997 ziekengeld ontvangen tot 21 april 1997. Vervolgens heeft hij zich op 29 mei 1997 ziek gemeld en verzocht om ziekengeld over de periode tot 31 juli 1997. De Raad concludeert dat uit de medische stukken niet blijkt dat appellant in deze periode arbeidsongeschikt was vanwege zijn liesklachten.
De huisarts heeft appellant meerdere malen gezien, maar vermeldde geen liesbreukklachten en verwees pas in juli 1998 naar een chirurg. Appellant voerde aan dat de klachten verband hielden met eerdere klachten en dat communicatie met de huisarts meer duidelijkheid had kunnen geven, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor ongeschiktheid tot arbeid in de periode in geding. Het bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.