ECLI:NL:CRVB:2005:AU8963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag scholingsvoorziening op grond van de Wet Rea bij arbeidsgehandicapte niet-werknemer
Appellante heeft een hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een scholingsvoorziening op grond van artikel 22 van Pro de Wet Rea. De aanvraag betrof een Schoevers opleiding administratief of grafische richting. De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellante ten tijde van haar aanvraag nog werknemer was en daarom niet tot de doelgroep van artikel 22 Wet Pro Rea behoorde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat vergoeding van scholingskosten alleen aan de orde kan zijn indien redelijkerwijs verwacht kan worden dat daarmee een adequate compensatie wordt verkregen voor het door de handicap veroorzaakte of dreigende verlies aan verdiencapaciteit. Uit medische en arbeidskundige rapporten blijkt dat appellante ondanks haar beperkingen in staat is passend schoonmaakwerk te verrichten, waarmee zij een voldoende inkomen kan verwerven.
Verder stelt de Raad vast dat appellante na beëindiging van haar dienstverbanden wel tot de doelgroep van artikel 22 Wet Pro Rea behoort, maar dat haar aanvraag desalniettemin terecht is afgewezen omdat geen relevant verlies aan verdiencapaciteit is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de scholingsvoorziening wordt bevestigd.