ECLI:NL:CRVB:2005:AU8988
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in bijstandszaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Schiedam om zijn bijstandsuitkering te beëindigen en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek niet is bedoeld om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat hij in financiële problemen verkeert doordat hij sinds het beëindigen van zijn uitkering van geleend geld leeft en geen nieuwe leningen kan verkrijgen. Dit is echter onvoldoende onderbouwd en er zijn geen objectieve gegevens dat geldverstrekkers daadwerkelijk zijn gestopt met lenen.
Gezien het feit dat de uitkering meer dan 4,5 jaar geleden is beëindigd en verzoeker sindsdien in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien, is geen spoedeisend belang aannemelijk gemaakt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.