ECLI:NL:CRVB:2005:AU9098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk als postsorteerder
Appellant, werkzaam als postsorteerder via een uitzendbureau, meldde zich op 16 december 2002 ziek. Hij ontving eerder ziekengeld over een periode in 1999 en 2000, maar de rechtbank had toen zijn beroep tegen weigering ongegrond verklaard. Na een periode van werkloosheid en werkzaamheden in de catering op Schiphol, meldde appellant zich opnieuw ziek.
De verzekeringsarts stelde vast dat de klachten van appellant identiek waren aan die uit 1999 en dat hij geschikt moest worden geacht voor zijn eigen arbeid. De bezwaarverzekeringsarts vond geen objectieve medische afwijkingen die ongeschiktheid rechtvaardigden. De Raad concludeerde dat het werk als postsorteerder de juiste maatstaf is voor de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid, ondanks het tijdelijke werk in de catering.
De Raad oordeelde dat het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om vanaf 16 april 2003 geen ziekengeld meer te verstrekken, terecht is genomen. Er was geen aanleiding om de eerdere uitspraak van de rechtbank te herzien en de bezwaren van appellant werden verworpen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk als postsorteerder.