ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld op grond van maatstaf voor zijn arbeid als verkoopmanager
Appellant was werkzaam als salesmanager in een tijdelijk dienstverband toen hij zich ziek meldde na een mountainbike-ongeluk. Na beëindiging van dit dienstverband ontving hij ziekengeld en later een WW-uitkering. Gedurende de periode werkte hij kort als verkoopmedewerker en taxibuschauffeur. Na een tweede ongeval in een bus ontving appellant opnieuw ziekengeld, maar het UWV stelde dat hij vanaf 14 juli 2003 geen recht meer had op ziekengeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat als maatstaf voor zijn arbeid het werk als verkoopmedewerker moest gelden en niet dat als taxibuschauffeur, en dat hij vanwege klachten als nek- en hoofdpijn, concentratie- en geheugenproblemen niet in staat was zijn werk te verrichten. Hij stelde dat een burnout was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het werk als verkoopmanager de juiste maatstaf is, omdat de werkzaamheden als taxibuschauffeur slechts tijdelijk waren en de WW-uitkering gebaseerd was op het werk als verkoopmanager. Het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en andere specialisten gaf geen aanleiding te twijfelen aan de arbeidsgeschiktheid van appellant voor zijn oorspronkelijke functie. Het burnout-standpunt was niet onderbouwd met objectieve medische gegevens.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer had op ziekengeld vanaf 14 juli 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld bevestigd.