ECLI:NL:CRVB:2005:AU9224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verlenging tijdelijke aanstelling telefoniste gemeente Laarbeek
Appellante was na twee periodes als uitzendkracht vanaf 1 december 2001 tijdelijk aangesteld als telefoniste/receptioniste bij de gemeente Laarbeek, aanvankelijk tot 1 juni 2003 en daarna verlengd tot 31 december 2003. De gemeente besloot de tijdelijke aanstelling niet te verlengen na 1 januari 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar grief niet meer tegen de toepassing van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid en de CAR/Uwo, maar stelde zij dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel. Zij stelde dat haar meerdere malen was toegezegd dat zij in aanmerking zou komen voor een vaste aanstelling, waarop zij haar kansen elders had laten schieten.
De gemeente voerde aan dat de tijdelijke aanstelling was ingegeven door organisatorische veranderingen na samenvoeging van gemeenten en de herinrichting van de functie bij de ingebruikneming van het nieuwe gemeentehuis. De Raad overwoog dat vaste jurisprudentie bepaalt dat een tijdelijke aanstelling niet automatisch verlengd hoeft te worden, tenzij er een verplichting bestaat of het niet verlengen in strijd is met ongeschreven recht.
De Raad vond geen bewijs van toezeggingen die de gemeente hadden moeten binden en oordeelde dat de gemeente bevoegd was de tijdelijke aanstelling niet te verlengen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag ook geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellante wordt niet verlengd en het hoger beroep wordt verworpen.