ECLI:NL:CRVB:2005:AU9520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzetschrift wegens ontbreken gronden in hoger beroep WAO
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van opposante tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake WAO-zaken. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Vervolgens diende opposante een voorlopig verzetschrift in, maar dit bevatte geen gronden.
De Raad stelde opposante in de gelegenheid om alsnog de gronden van het verzet binnen een termijn van twee weken in te dienen, maar deze termijn werd niet benut. De Raad oordeelde dat het verzetschrift daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak waartegen het verzet was gericht bleef daarmee in stand. Er waren geen omstandigheden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd uitgesproken door voorzitter J. Janssen en leden G.J.H. Doornewaard en J. Brand op 23 december 2005.
Uitkomst: Het verzetschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.