ECLI:NL:CRVB:2005:AU9568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen bij niet verlengen arbeidsovereenkomst
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van zijn WW-uitkering, omdat hij een aangeboden halfjaarcontract niet heeft geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat de weigering terecht was omdat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden. Appellant stelde dat er geen concreet aanbod was gedaan en dat het dienstverband van rechtswege was geëindigd.
De Raad overweegt dat de verklaringen van de werkgever over het doen van een concreet aanbod geloofwaardig zijn en dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de werkgever de intentie had het contract te verlengen. De gesprekken tussen appellant en werkgever over aanpassingen en verlenging ondersteunen dit.
De Raad concludeert dat appellant zich onvoldoende heeft ingezet om tot een voortzetting van het dienstverband te komen, waardoor de weigering van de WW-uitkering terecht is. Er zijn geen nieuwe feiten aangevoerd die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt terecht geweigerd omdat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.