ECLI:NL:CRVB:2005:AZ1101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering en ontzegging WW-uitkering wegens niet voldoen referte-eis
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die op 14 april 1998 is ingetreden. Gedaagde heeft aanvankelijk een voorschot toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid, later definitief vastgesteld op 65-80%. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop de rechtbank oordeelde dat appellant recht had op een WAO-uitkering van 80-100% voor de periode van 13 april 1999 tot 8 september 1999 en daarna 65-80%.
In hoger beroep bestreed appellant de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies die hem waren toegewezen, evenals de ingangsdatum van de WAO-uitkering. De Raad concludeerde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat de functies passend waren ondanks medicijngebruik en nekklachten, en dat de ingangsdatum van 13 april 1999 correct was vastgesteld. De Raad verwierp het beroep tegen de vaststelling van de WAO-uitkering.
Verder werd appellant het recht op een WW-uitkering ontzegd wegens het niet voldoen aan de referte-eis. Appellant stelde dat hij vanaf 8 september 1999 recht had op een WW-uitkering, maar de Raad stelde vast dat hij pas op 14 april 2000 aan de voorwaarden voldeed en dat in de referteperiode geen arbeid was verricht. De Raad bevestigde daarom ook de ontzegging van de WW-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenvergoeding toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.