ECLI:NL:CRVB:2006:AU8991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank op grond van artikel 8:55 Awb
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen waarbij op zijn verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 Awb Pro was beslist. De Raad overwoog dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van rechtbanken als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, Awb.
De Raad erkent een uitzondering op dit verbod indien sprake is van een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen waardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden. In deze zaak oordeelde de Raad echter dat die uitzondering niet van toepassing is.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. C. van Viegen in aanwezigheid van griffier M. Pijper op 3 januari 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen wegens het ontbreken van een wettelijke grond voor hoger beroep.