ECLI:NL:CRVB:2006:AU9172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor gedingkosten door Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk bijzondere bijstand aangevraagd voor gedingkosten voortvloeiend uit verschillende rechtszaken. Deze aanvragen werden afgewezen, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Zutphen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet alleen bijzondere bijstand kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten van het bestaan die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en draagkracht. De door appellant aangevraagde kosten betreffen proceskosten in verschillende civiele procedures, die volgens de Raad geen noodzakelijke kosten van het bestaan vormen.
De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de aard van de vorderingen, de proceshouding van appellant en het ontbreken van een reële kans van slagen op de beroepen maken dat de kosten niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Ook ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor gedingkosten omdat deze geen noodzakelijke kosten van het bestaan zijn.