ECLI:NL:CRVB:2006:AU9226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor belastingaanslagen wegens ten onrechte genoten heffingskorting
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de betaling van belastingaanslagen die waren opgelegd vanwege het ten onrechte ontvangen van algemene heffingskorting over 2002 en 2003. Het College van burgemeester en wethouders van Enschede wees dit verzoek aanvankelijk af, maar verleende later bijstand in de vorm van een geldlening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de rechtbank ten onrechte de Wet werk en bijstand toepaste in plaats van de Algemene bijstandswet (Abw), omdat het bezwaar was ingediend vóór de peildatum 31 december 2003. De Raad bevestigt dat de bijstand betrekking heeft op de aflossing van een schuldenlast en dat het College bevoegd was om deze bijstand als geldlening te verstrekken.
De Raad concludeert dat het niet redelijk zou zijn om de bijstand als gift te verstrekken, omdat appellant ten onrechte een belastingvoordeel heeft genoten. Bovendien had appellant zelf de plicht om bij de belastingdienst opheldering te vragen over de ontvangen heffingskorting. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand als gift en handhaaft de verstrekking als geldlening.