ECLI:NL:CRVB:2006:AU9328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering na overschrijding beslistermijn en rechtszekerheid
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van gedaagde tegen de weigering van een WAO-uitkering gegrond verklaarde. De kern van het geschil is de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd van 52 weken, die door het Uwv met aanzienlijke vertraging werd genomen.
De rechtbank had geoordeeld dat door het langdurig doen van betalingen aan gedaagde zonder expliciete mededeling dat het voorschotten betrof, het rechtszekerheidsbeginsel in het geding was gekomen, waardoor het Uwv niet meer mocht terugkomen op de uitkering. De Centrale Raad van Beroep volgt deze redenering niet en oordeelt dat de verplichting tot vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd blijft gelden, ook bij overschrijding van de beslistermijn.
De Raad stelt dat de betalingen niet als een definitieve uitkering konden worden opgevat zonder schriftelijk besluit en dat gedaagde niet mocht vertrouwen op een uitkering van 80% of meer zonder formele vaststelling. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor herbeoordeling van de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en de weigering van de uitkering.
De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep en benadrukt dat de overschrijding van de beslistermijn niet leidt tot het vervallen van de verplichting tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en weigering van de WAO-uitkering.