ECLI:NL:CRVB:2006:AU9631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling
Appellante, voormalig inkoopmedewerkster, viel uit wegens schouderklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Gedaagde herzag dit naar 25 tot 35%. Appellante voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen en dat de medische rapportages tegenstrijdig waren. Zij stelde tevens dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het oordeel van de verzekeringsarts en de onafhankelijke orthopedisch chirurg voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep herhaalde appellante haar grief over het ontbreken van een inhoudelijke reactie van de deskundige op haar standpunten.
De Centrale Raad van Beroep stelde dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt en dat het enkel herhalen van eerdere standpunten geen aanleiding geeft tot een nadere inhoudelijke reactie. Er was geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.