ECLI:NL:CRVB:2006:AU9661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gebruikersovereenkomst bedrijfsauto aan ambtenaar en procesbelang
Appellant, sociaal raadsman varenden bij de gemeente Rotterdam, gebruikte sinds begin jaren negentig een bedrijfsauto ook voor privédoeleinden. In november 2002 besloot het College de beschikbaarstelling van de auto per 2 december 2002 te beëindigen omdat appellant de auto niet meer voor werkzaamheden nodig had. Na bezwaar handhaafde het College dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de gebruikersovereenkomst limitatief voorwaarden stelde voor beëindiging, waaraan niet was voldaan, en dat de overgangsperiode te kort was. Het College stelde dat appellant geen belang meer had omdat hij wegens ziekte niet meer werkte en de auto inmiddels in eigendom had.
De Raad oordeelde dat het privégebruik onder de rechtsbescherming valt en dat appellant wel procesbelang heeft. De beëindiging was gerechtvaardigd omdat geen collega met vergelijkbare functie nog een auto had, appellant de auto nauwelijks voor werk gebruikte en alternatieven beschikbaar waren. Een separaat besluit was niet vereist. De overgangsperiode was redelijk gezien de lange gebruiksperiode en eerdere aankondigingen. Het beroep faalt en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College bevoegd was de gebruikersovereenkomst van de bedrijfsauto tussentijds te beëindigen en wijst het hoger beroep af.