ECLI:NL:CRVB:2006:AU9855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C. Bruning
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid en bevestiging terugvordering voorschot WAO
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van 14 oktober 2002 waarbij haar bezwaar tegen het besluit van 26 april 2002 ongegrond werd verklaard. Dit besluit hield in dat zij na afloop van de wachttijd van 52 weken voor minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en daarom geen WAO-uitkering kreeg toegekend. Tevens werd bezwaar tegen een terugvordering van een voorschot van € 250,- ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de vastgestelde belastbaarheid niet onjuist is ingeschat. De arbeidskundige beoordeling is nader onderzocht door een bezwaararbeidsdeskundige die bevestigde dat de geselecteerde functies voldoen aan de actualiteitseis en de toelichtingen van appellante niet zijn weersproken. Hierdoor is de ontbrekende onderbouwing alsnog gegeven.
De Raad vernietigt het besluit van 14 oktober 2002, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand. Het besluit van 22 oktober 2002 betreffende de terugvordering van het voorschot wordt bevestigd omdat geen nieuwe gronden zijn aangevoerd.
Tot slot veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de terugvordering van het voorschot wordt bevestigd.