ECLI:NL:CRVB:2006:AU9859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C. Bruning
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering sinds 1990 vanwege psychische klachten en was voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Gedaagde trok de uitkering per 28 oktober 2002 in, omdat uit het onderzoek bleek dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante geschikt was voor de functie van machinebediende met een verlies aan verdienvermogen van 6%.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad vond dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd die appellante kon verrichten. De bezwaarverzekeringsarts had de psychische en sociale beperkingen zorgvuldig beoordeeld en gemotiveerd geen verdere beperkingen aangenomen.
Appellante bracht geen nieuwe feiten of argumenten aan die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg, zodat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.