ECLI:NL:CRVB:2006:AV0059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering op 25 april 2002 na latere aanvraag
Appellant had zijn bijstandsuitkering beëindigd gekregen per 28 februari 2002 vanwege een te lang verblijf in het buitenland. Na terugkeer in Nederland heeft appellant zich op 25 april 2002 gemeld en een nieuwe aanvraag ingediend. De gemeente stelde de ingangsdatum van de uitkering op 25 april 2002, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het latere besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat in hoger beroep alleen de ingangsdatum van de uitkering aan de orde was, niet de beëindiging van de eerdere uitkering.
Volgens vaste rechtspraak wordt bijstand in principe niet verleend over perioden vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Uit medische verklaringen bleek niet dat appellant door zijn psychische gesteldheid eerder kon terugkeren of een gegronde reden had voor latere aanvraag. Daarom was de ingangsdatum van 25 april 2002 terecht vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering is terecht vastgesteld op 25 april 2002.