ECLI:NL:CRVB:2006:AV0214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig medewerker komkommerteelt, werd na uitzetting uit Nederland ziek gemeld bij de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie CNSS met klachten die arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde echter de Ziektewet-uitkering toe te kennen omdat appellant in de relevante periode niet arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank bevestigde dit besluit op basis van medische rapporten van Nederlandse specialisten die appellant in 1999 onderzochten, maar deze rapporten waren gericht op een latere periode en niet specifiek op de Ziektewet-periode.
De Raad oordeelt dat het Uwv het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en dat er onvoldoende duidelijke aanwijzingen zijn om af te wijken van de conclusies van de CNSS, zoals vereist op grond van het Administratief Akkoord tussen Nederland en Marokko. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het Uwv een nieuwe beslissing moet nemen.
Daarnaast wijst de Raad het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure niet onredelijk lang heeft geduurd. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de renteschade en de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.