ECLI:NL:CRVB:2006:AV0594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding endoscopische hernia-operatie en discusprothese onder Zfw
Appellant, verzekerd onder de Ziekenfondswet, onderging in 2001 een endoscopische hernia-operatie en kreeg een discusprothese geplaatst. Hij verzocht vergoeding van deze behandelingen, maar gedaagde wees dit af omdat deze niet als gebruikelijke geneeskundige hulp binnen de beroepsgroep gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat noch de endoscopische hernia-operatie noch het plaatsen van een discusprothese ten tijde van de behandeling voldoende waren beproefd en algemeen geaccepteerd binnen de internationale medische wetenschap.
Ook het beroep op artikel 22 van Pro Verordening (EEG) nr. 1408/71 faalde omdat de behandelingen niet als verstrekkingen in de zin van de Zfw konden worden aangemerkt. De Raad concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De vergoeding voor de endoscopische hernia-operatie en het plaatsen van een discusprothese wordt terecht afgewezen omdat deze behandelingen niet gebruikelijk zijn in de zin van de Zfw.