ECLI:NL:CRVB:2006:AV0672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden en maatregel wegens te late aanvraag
Appellante, geboren in 1980, heeft een WAJONG-uitkering aangevraagd omdat zij sinds 1994 epilepsie heeft en stelt volledig arbeidsongeschikt te zijn. De primaire verzekeringsarts concludeerde, mede op basis van neurologische gegevens, dat zij duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft. Een arbeidsdeskundige stelde functies vast die zij met haar beperkingen kan verrichten, waardoor geen sprake is van verlies aan verdiencapaciteit.
De uitkering werd geweigerd en het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de niet-medisch onderbouwde stelling van appellante onvoldoende is om af te wijken van het medische advies. In hoger beroep voerde appellante psychische belemmeringen aan, maar zonder medische onderbouwing, hetgeen niet tot een ander oordeel leidde.
Daarnaast werd een maatregel opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aanvraag. Appellante stelde dat dit haar niet valt te verwijten omdat zij niet door de sociale dienst was gewezen op de mogelijkheid tot aanvraag, en dat een maatregel niet verenigbaar is met de weigering van de uitkering. De Raad verwierp deze argumenten en bevestigde dat de verantwoordelijkheid primair bij appellante ligt en dat onbekendheid met regelgeving geen verontschuldiging is.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanleiding is om af te wijken van de eerdere besluiten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering en handhaaft de maatregel wegens het niet tijdig indienen van de aanvraag.