ECLI:NL:CRVB:2006:AV0714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering en proceskostenveroordeling tegen UWV
Appellant betwistte de terugvordering van een bedrag van €10.743,13 aan WAO-uitkering en toeslag over de periode van november 1998 tot april 1999. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit van het UWV en bepaalde dat een nieuwe beslissing moest worden genomen. Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op het oordeel van de rechtbank over de WAO-uitkering.
De Raad overweegt dat het UWV voldoende heeft aangetoond dat de terugvordering terecht en correct is. De specificaties en toelichtingen van het UWV maken aannemelijk dat appellant een bedrag van €935,24 aan WAO-uitkering heeft ontvangen. Appellant kon niet aantonen dat dit bedrag niet door hem is ontvangen. Er was geen dringende reden om af te zien van terugvordering volgens artikel 57, vierde lid, van de WAO.
Omdat het UWV haar standpunt pas in hoger beroep onderbouwde, veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover het de WAO-uitkering betreft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten en griffierecht van appellant.