ECLI:NL:CRVB:2006:AV0742

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6711 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard

De opposant heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van de Raad van 10 juni 2005, waarin zijn verzoek om herziening niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Tijdens de zitting op 9 december 2005 waren beide partijen niet aanwezig. In het verzetschrift gaf opposant aan bereid te zijn het griffierecht alsnog te betalen, maar voerde geen geldige verontschuldiging aan voor de te late betaling.

De Raad oordeelt dat deze bereidheid geen afbreuk doet aan de eerdere uitspraak en dat er geen gronden zijn om af te wijken van de niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak gehandhaafd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

04/6711 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 10 juni 2005 het door opposant ingediende verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juni 2004, kenmerk 02/4711 WAO, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend, gedateerd
11 juli 2005.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 9 december 2005, waar beide partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of het verzoek om herziening bij zijn uitspraak van 10 juni 2005 terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
In het verzetschrift heeft opposant de Raad verzocht om zijn zaak opnieuw te bekijken en heeft opposant aangegeven dat hij bereid is het griffierecht nogmaals te betalen.
De Raad stelt vast dat opposant in zijn verzetschrift niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor de te late betaling. De Raad weegt daarbij mee dat de bereidheid van opposant om het griffierecht nogmaals te betalen geen afbreuk doet aan de uitspraak waarvan verzet.
Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en mr. J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.
Gw