ECLI:NL:CRVB:2006:AV1052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belang bij terugbetaling volledige bezoldiging wegens arbeidsongeschiktheid ambtenaar
Appellant was sinds 1997 werkzaam bij het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam en werd op 30 augustus 2001 arbeidsongeschikt wegens burn-out klachten. Op 15 januari 2003 besloot de gemeente de bezoldiging van appellant te verlagen naar 80% vanwege het verlopen van een periode van 18 maanden arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid in en door de dienst was ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang had bij beoordeling van het besluit, aangezien hij ook na de periode van 18 maanden recht had op volledige bezoldiging. In hoger beroep voerde appellant aan dat de gemeente zich wel degelijk definitief over de vraag van arbeidsongeschiktheid had uitgesproken en dat hij daardoor belang had bij het beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit alleen betrekking had op de terugbrenging van de bezoldiging en dat appellant geen zelfstandige aanvraag had ingediend voor een definitief oordeel over arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Omdat het bezwaar tegen de terugbrenging van de bezoldiging gegrond werd verklaard en appellant recht kreeg op volledige bezoldiging met terugwerkende kracht, had appellant geen belang meer bij het beroep. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; appellant heeft geen belang meer bij beoordeling van het besluit tot terugbrengen van bezoldiging.